
Het is al vroeg in de ochtend druk in het oerwoud.
Tante Arzu, de grote olifant, sleept de dikste boomstammen naar een open plek in het woud.
De andere olifanten dragen de lichtere stammen.
Yasmin is de allerkleinste en zij draagt de takken voor het dak.
Rita, de grote loopvogel, rent met enorme bladeren heen en weer.
Haar kinderen rapen kleine blaadjes van de grond.
De apen zetten de boomstammen rechtop in grote gaten. Iedereen helpt mee graven.
De kleine aapjes zoeken mos om lekker op te zitten.
Tien konijntjes planten bloemen en Schildpad houdt in de gaten of alles helemaal goed gaat.
Ineens horen ze geblaf.
Wat is dat?
Of liever gezegd: wie is dat?
Aan de rand van de open plek zit een hond.
“Waf. Hoi. Ik ben Rik”, zegt een vrolijke bruine hond.
“Wat doen jullie? Wat maken jullie voor moois?”
“Wij bouwen een school”, zegt Mira, de mama van Mo.
“Mo en Sabri zagen in het dorp kinderen die aan het leren en oefenen waren. Dat leek ons een prachtig idee. Wij willen ook een school voor onze kinderen. We zijn meteen begonnen met bouwen.”

“Wat goed ”, zegt Rik.
“Jullie kunnen al lekker beschut zitten, met een mooi uitzicht op het woud. En als de bloemen uitkomen ruiken en zien jullie prachtige geuren en kleuren.
Alleen… ik zie geen schoolbord.
Op de school in het dorp hebben ze een schoolbord, daar kun je dingen op schrijven.
Je kunt letters voordoen en je kunt sommen maken, zo leren ze rekenen.
Misschien kunnen we een grote platte steen zoeken, die we rechtop zetten.”
“Miauwwwwww.”
Alle dieren kijken om.
“Sorry Rik, dat ik door je verhaal heen mauw. Hallo allemaal. Ik ben Bibi, de schoolkat uit het dorp.
Ik vertel de muizen dat ze beter buiten kunnen blijven.
Je hebt straks wel een schoolbord, maar hoe kun je daar op schrijven?
De kinderen in het dorp hebben een digibord.
Zo mooi.
Met foto’s en muziek erin, echt prachtig.
Vroeger schreven de mensen met krijtjes op een schoolbord. Zal ik eens kijken of er op school nog een paar over zijn?” “Perfect”, roept Mira.
“Dank voor jullie hulp, heel fijn.”
“Hoera!”, juichen de jonge dieren.
“Gaan we morgen al beginnen?”

“Hmmm…”
Mira wrijft over haar kin.
“Dat zou misschien kunnen. We hebben een school, we hebben een schoolbord.
Maar wie wordt er meester? Of juf ?”
Alle volwassen dieren roepen door elkaar heen.
“Ik! Nee hij! Zij kan dat vast heel goed.”
“Stop” trompettert tante Arzu.
“Ik heb een goed idee! Laten we onze kinderen de dingen leren die we zelf goed kunnen.
Oom Baran, mijn liefste man, kan namelijk heel goed onthouden. Hij kan jullie prachtige verhalen over vroeger vertellen en is een geweldige meester.
En Patty pauw is in veel verschillende landen geweest.”
Patty glimt van trots.
“Eens kijken, Amir, de vader van Mo kan het hoogste klimmen en klauteren. Hij kan gymles geven.
Zelf ga ik kijken of jullie elke ochtend op tijd op school zijn en neem ik jullie mee uit wandelen. Hoe leuk is dat.”
“Ja!”, roepen de kleine dieren “mogen we allemaal mee?”
“Tuurlijk jongens” zegt tante Arzu.
“Rita kan prachtig tekenen, dus dat komt ook helemaal goed. En schrijven en rekenen is eigenlijk voor mensenkinderen, maar natuurlijk kunnen jullie dat ook leren.”
Ze knipoogt naar Sabri.
“Zodat jullie de banaantjes kunnen tellen die jullie opeten en dan ook nog wat overhouden voor de volgende dag.”
Alle dieren gaan blij naar huis en Rik en Bibi gaan terug naar het dorp.
“Superleuk dat we nieuwe vrienden hebben gemaakt”, zegt Rik.
“Zeker weten”, antwoordt Bibi.
Op deze school is elke medewerker een rolmodel voor de kinderen. Ouders en kinderen worden als een gelijkwaardige partner gezien. Iedere culturele achtergrond wordt gerespecteerd en geaccepteerd.
Vraag voor kinderen uit groep 1/2/3/4/5:
Helpen jullie elkaar wel eens? Met wat kun je elkaar helpen?
Vraag voor kinderen uit groep 6/7/8:
Wat kan jij al wat jouw kleine zusje of broertje nog niet kan? Rekenen of juist heel mooi tekenen. Een bal in de lucht houden of daar heel mooi over vertellen?