
De volgende dag is bijna iedereen op tijd op school.
Tante Arzu wappert met haar oren.
“Ik mis iemand. Waar is Sabri? Zo kan meester Baran nog niet beginnen met zijn verhaal.”
Ze wappert nog harder. De jonge dieren waaien bijna weg. Zenuwachtig stampt ze door de nieuwe school.
“Ik weet iets, tante Arzu” zegt Mo.
“Wil je eerst je hand opsteken Mo?”, trompettert tante Arzu, “dan weet ik dat je iets wilt zeggen.”
Mo steekt z’n hand op.
“Ik heb een ideetje tante Arzu. Als we nou met z’n allen heel hard SABRI roepen, dan zijn we zijn levende wekker.”
Tante Arzu denkt na.
“Dat is een prima plan jongen, echt een goed idee. Daar gaan we: ik tel tot drie.
Eén, twee drie…”
En met z’n allen roepen ze heel hard SABRI.
Ze horen een hoop geritsel en een zachte plof.
Daar is Sabri.
“Het spijt me dat ik te laat ben, tante Arzu”, zegt Sabri.
Mama was Ayoub nog aan het voeren. Ze had al een paar keer gezegd dat ik wakker moest worden.
Maar ik lag zo lekker. En nou heb ik ook mijn banaantje nog niet op.”
“Kom morgen op tijd Sabri, want dan mis je niks van de mooie verhalen van meester Baran”, zegt tante Arzu.
“Voor deze keer mag je je banaantje zachtjes opsmikkelen als meester Baran vertelt.
Toe maar, want op een lege maag kun je niet goed luisteren.”

Terwijl Sabri smikkelt vertelt meester Baran het ene verhaal na het andere. Over het oerwoud en hoe het oerwoud er lang geleden uitzag. En dat er vroeger ook nog heel veel andere dieren leefden. De kleine dieren luisteren ademloos.
Na een poosje zegt meester Baran:
“Zo, voor vandaag zijn we klaar. Jullie hebben heel goed geluisterd, ik ben trots op jullie. Maar nu is het tijd voor een spelletje. Wie kan het hoogste springen?”
Hij bindt een touw aan een paal en houdt met zijn slurf het andere eind vast. Voor de allerkleinste dieren laat hij het touw een beetje zakken, de loopvogeltjes halen het net. Sabri en Mo springen er makkelijk overheen.
“Hoger meester Baran. Steeds hoger”, roept Mo.
Alle dieren komen aan de beurt en als ze allemaal zitten uit te puffen dekt Mira de lange boomstamtafel.
“Lekkere hapjes voor allemaal”, roept ze.
“Komen jullie eten?”
Voor de apen zijn er vruchten, voor de konijntjes worteltjes en de loopvogeltjes krijgen mais en zaadjes. Yasmin lust alles wel.
“Snel eten jongens”, zegt Mo, “ik zie dat Yasmin honger heeft, straks is alles op!”
“Morgen gaan we wandelen”, trompettert tante Arzu.
Alle dieren klappen in hun pootjes, ze hebben er zin in.
Het onderwijsteam zorgt voor een gezonde balans tussen inspanning en ontspanning.
Vraag voor kinderen uit groep 1/2/3/4/5:
Wat heeft Sabri geleerd? Kom jij wel eens te laat op school? En eet jij altijd een lekker ontbijtje?
Vraag voor kinderen uit groep 6/7/8:
Op school is er ook tijd om te spelen. Wat doe je dan het liefst?
Thuis vertelt Mo alles aan zijn moeder en zusje.
Mama luistert goed.
“Dat is een mooi verhaal Mo, al zou ik eigenlijk boos op je moeten zijn omdat je niet goed geluisterd hebt”, zegt mama.
“Je weet toch, nooit verder dan de vijf bomen! Wat jij gezien hebt is een school. Dat is een plek waar je dingen kunt leren die je heel goed kunt gebruiken in je leven. Lezen, taal en rekenen, maar ook zelfvertrouwen. En steeds beter worden in de dingen die je doet. Misschien is het een goed idee om jullie ook naar school te sturen. Dan kunnen jullie in elk geval beter leren luisteren!”