HOOFDSTUK 4

De wandeling

“Vandaag lopen we eerst een eind door het woud”, zegt tante Arzu.
“Daarna komen we langs de waterval en via de grasvlakte lopen we weer terug. Wij olifanten lopen vaak in een lange rij. We houden elkaar goed in de gaten.
De voorste olifant (dat ben ik natuurlijk) kijkt of alles veilig is. Vandaag doen we het zo: Door het oerwoud lopen we in een lange rij en letten we goed op elkaar. Het stukje bij de waterval is gevaarlijk, daar houden we elkaar goed vast. En als we bij de grasvlakte zijn mogen jullie lekker rennen. Dan zijn we bijna terug bij school. Is dat afgesproken?”
“Dat is afgesproken tante Arzu”, antwoorden alle kleine dieren.

Het is een prachtige tocht. Diep in het oerwoud zien ze mooie bloemen en planten. Rupsen met duizend voetjes kruipen over de grond.
Prachtige vlinders vliegen vrolijk voorbij. Ze horen het geruis van de waterval in de verte.
Als ze uit het Imeldawoud komen zien ze liters water naar beneden storten.
“Geef elkaar de hand, een vleugel of een pootje”, trompettert tante Arzu.
“Yasmin, jij sluit de rij.”
Mo pakt tante Arzu bij haar staart.
Sabri geeft Mo een hand en met zijn andere hand pakt hij een konijntje bij haar pootje.
Het konijntje houdt de vleugel van een klein loopvogeltje vast. Zo zijn ze een lange slinger, tante Arzu loopt voorop.

Het kleine loopvogeltje ziet mooie bloemen aan de rand dichtbij de waterval.
“Die ga ik eens beter bekijken”, piept hij.
Hij laat de poot van het konijntje los en trippelt voorzichtig naar de prachtige bloemen.
Zo mooi!
Yasmin ziet het gebeuren.
“Tante Arzu”, trompettert ze “er is een vogeltje bij de rand.” Tante Arzu draait zich snel om. Maar dan glijdt het vogeltje uit en verdwijnt. Iedereen is muisstil.
Voorzichtig loopt tante Arzu naar de plek waar het vogeltje verdween en ze kijkt.

“Piep, piep”
Het vogeltje zit op een stukje rots dat uitsteekt.
“Sorry tante Arzu”, piept het kleintje.
“Ik lette even niet op!”
Heel voorzichtig schuift tante Arzu haar slurf om het kleine diertje. Ze tilt het van het rotspuntje af en zet het op de grond. “Klein loopvogeltje”, zegt ze zachtjes “dat dit heel gevaarlijk was, hoef ik niet meer te vertellen. Gelukkig konden we je redden. Maar beloof me dat je voortaan voorzichtig zult zijn. Je moet altijd op ons blijven letten en in de rij lopen op plekken waar het gevaarlijk is.”
“Tuurlijk tante Arzu”, zegt het vogeltje.
“Dit was niet slim en ook een beetje eng. Ik let voortaan heel goed op en blijf als het gevaarlijk is netjes in de rij.”

Voorzichtig zet de rij zich weer in beweging.
En eenmaal op de grasvlakte rennen, huppelen en rollen ze terug naar school.
Daar staat Rita, de loopvogelmama, ze al op te wachten. “Mamamamama”, kwetteren alle loopvogeltjes door elkaar. “Weet je wat er gebeurd is? Broertje wilde naar een bloem kijken en toen viel hij bijna van de rand af bij de waterval. Hij kon nog net een stukje rots vastgrijpen.”
Mama Rita zet grote ogen op.
“Wil je dat nooit meer doen jongetje”, zegt ze.
“Nee mama”, antwoordt het ondeugende vogeltje.
Mama tilt hem op en stopt hem lekker warm tussen haar veren. En met de andere vogeltjes op haar rug en aan haar benen stapt ze naar huis.
“Morgen is er weer een dag” trompettert tante Arzu!
“Ik zie jullie dan.”

Over dit hoofdstuk:

Structuur
De Imeldaschool staat voor een eenduidige lijn op didactische en pedagogische aanpak waarin onze kinderen zich met plezier ontwikkelen in een veilige leeromgeving.

Vraag voor kinderen uit groep 1/2/3/4/5:

Heb jij wel eens iets gedaan wat een beetje stout was? En was dat expres of liep je alleen maar een beetje te dromen? Heb jij wel eens op je kop gehad, vertel eens…

Vraag voor kinderen uit groep 6/7/8:

Vind je het fijn dat de juf of meester altijd weet waar je met wereldoriëntatie en rekenen gebleven bent?
Vergissen ze zich wel eens? Zorgen jullie goed voor elkaar? Geef eens een voorbeeld.

Lees verder
in het volgende hoofdstuk

LEES Hoofdstuk 5

De zangles

De jonge dieren gaan alweer een paar weken naar school. Ze vinden het geweldig.

Thuis vertelt Mo alles aan zijn moeder en zusje.
Mama luistert goed.

“Dat is een mooi verhaal Mo, al zou ik eigenlijk boos op je moeten zijn omdat je niet goed geluisterd hebt”, zegt mama.

“Je weet toch, nooit verder dan de vijf bomen! Wat jij gezien hebt is een school. Dat is een plek waar je dingen kunt leren die je heel goed kunt gebruiken in je leven. Lezen, taal en rekenen, maar ook zelfvertrouwen. En steeds beter worden in de dingen die je doet. Misschien is het een goed idee om jullie ook naar school te sturen. Dan kunnen jullie in elk geval beter leren luisteren!”