
De winter in het Imeldawoud is voorbij. Het regende veel, soms dagen achter elkaar. De kleine dieren zaten veel binnen en ze speelden minder buiten.
Op deze eerste zonnige lentedag mogen ze van tante Arzu lekker rennen op het grote veld. Bijna heeft Yasmin Sabri en Mo te pakken met haar slurf, maar dan blijven ze alle drie stokstijf staan.
Aan de rand van het woud zien ze een enorme bruine berg. En die berg… praat!
“Hallo”, klinkt een zware, maar lieve stem.
“Uhhhh, hoi” fluisteren Mo en Sabri.
“Wie, of wat bent u?” vraagt Yasmin met haar slurf netjes naar beneden.
“Ik heet Benjamin” zegt de grote bruine berg,
“maar jullie mogen Ben zeggen en ik ben een bruine beer. Mijn familie woont in bossen waar het veel kouder is dan hier. Ik was zo nieuwsgierig hoe het op andere plekken op aarde zou zijn, dat ik dacht ‘Kom, ik ga op reis!’ Kan ik hier misschien een poosje blijven?”
“Kom maar Ben”, zegt Yasmin dapper,
“dat gaan we aan tante Arzu vragen, ik weet zeker dat het mag.”
Yasmin, Sabri en Mo brengen Ben naar school.
Tante Arzu maakt net het bord schoon.
Voor een olifant is dat heel makkelijk.
Ze neemt een slok water uit de beek en spuit daarmee het hele schoolbord in een keer schoon.
“Tante Arzu”, roept Yasmin. “Kijk eens wie hier is.”
Tante Arzu kijkt om en wil wat zeggen, maar met een slurf vol water lukt dat niet. En met een grote zwaai spuit ze Ben per ongeluk helemaal nat.
Sabri, Mo en Yasmin proesten het uit.
“Ha, ha, ha”, lacht Benjamin.
“U moet tante Arzu zijn! Ik ben Benjamin Beer, aangenaam.” Ben en tante Arzu praten een poosje en dan trompettert tante Arzu een paar keer heel hard. Alle dieren uit het Imeldawoud komen aangehold.
“Kom hier allemaal”, roept ze “we hebben een gast! En wat doen we met een gast?”
“Die heten we van harte welkom”, roepen alle dieren.
Snel haalt iedereen wat lekkers. Aan de lange boomstam tafel luisteren ze naar het verhaal van Ben, tot het aardedonker is.
De kleinste dieren liggen lekker tegen hem aan. Zo’n zacht kussentje hebben ze nog nooit gehad.

De hele zomer spelen de kleine dieren met Ben.
Omdat hij zo groot en sterk is kan hij bijna alle kleine dieren tegelijk optillen.
De aapjes slingeren aan zijn brede armen, de loopvogeltjes maken soms een nestje op zijn hoofd.
En als de konijntjes ruzie hebben bromt Ben met zijn diepe stem: ‘ophouden jongens.’
Daarna maakt hij een rare koprol waar iedereen om moet lachen en zijn de konijntjes hun ruzie alweer vergeten.
Ben kan ook heel stil zitten luisteren, bijvoorbeeld als Nilu een nieuw lied heeft geleerd. Alle dieren zijn blij dat Ben er is en Ben voelt zich helemaal thuis in het woud.

Maar op zekere dag is Ben nergens te vinden.
De kleine dieren zoeken hem allemaal, maar Ben is en blijft kwijt.
“Hij is weg”, snikt Nilu. “En hij was net zo lief!”
Mo gaat tante Arzu halen.
“Ben is weg”, zegt hij met een klein stemmetje.
Tante Arzu kijkt hem ernstig aan.
“Nee hoor”, zegt ze, “Ben is niet weg. Dan zou hij altijd afscheid van jullie nemen. Maar weten jullie wat er aan de hand is? Benjamin houdt een winterslaap. Luister maar.”
“Groooonggggg…grooonnngggggg“, klinkt het diep uit het woud. Bruine beren snurken heel hard en in het voorjaar worden ze weer wakker.
“Wat? Hoe dan?”, roept iedereen door elkaar.
“Hoe kunnen we alles aan Ben vertellen als hij heel hard ligt te snurken? En wie moet er dan met ons spelen? Of naar ons luisteren en de ruzie van de konijntjes overmaken?”, vraagt Nilu.
“Ik haal juf Rita even”, zegt tante Arzu.
Met grote passen komt de loopvogel aangehold.
“Kleine dieren”, zegt Rita
“Luister goed. Benjamin kan jullie nu niet horen, maar jullie kunnen je verhalen wel voor hem bewaren.
“Maar ik kan nog niet goed schrijven”, piept het kleinste loopvogeltje.
“Geeft niks liefje”, zegt Rita, “dan maak jij een mooie tekening voor Ben voor als hij weer wakker wordt. We tekenen en schrijven alles op en wanneer Ben wakker is dan kan hij lezen en bekijken wat jullie allemaal hebben meegemaakt."
Sabri steekt zijn vinger op.
“Weet je, juf Rita”, zegt hij, “we zouden ook van sommige dingen een toneelstuk kunnen maken. Zo kan Ben als hij wakker wordt ook zien wat er gebeurd is."
“Precies”, zegt juf Rita.
“Wat een goede ideeën hebben jullie allemaal, we gaan meteen beginnen. En konijntjes… als jullie weer ruzie maken bedenk dan maar wat Ben tegen jullie zou zeggen.
Het oudste konijntje zwaait wild met zijn pootjes en bromt dan ”Ophouden nu.”
En dan maakt hij een gekke koprol. Iedereen lacht, zo kan het ook!

In een betekenisvolle leeromgeving creëert de Imeldaschool onderwijs dat aansluit op de brede ontwikkeling: de kinderen leren creatief denken en zich creatief uiten.
Vraag voor kinderen uit groep 1/2/3/4/5:
Het is leuk om een tekening te maken over iets wat je hebt meegemaakt. Wat zou jij tekenen? En voor wie? Zou je hier ook iets over kunnen vertellen?
Vraag voor kinderen uit groep 6/7/8:
Heb jij wel eens zelf een gast verwelkomd? Wat deed je om het hem naar de zin te maken? Teken jij vaak? Of houd jij meer van een puzzel oplossen? Dat is allebei creatief!