HOOFDSTUK 7

Steeds hoger

Sabri en Mo zijn al weken zenuwachtig.
Vandaag krijgen de oudste kinderdieren speciale lessen.
De aapjes hebben voor klimmen en slingeren gekozen.
Dat kunnen ze al goed, maar ze willen het graag nog beter kunnen.

Yasmin heeft voor slurftechniek gekozen, dat is een heel belangrijk vak voor olifanten. ’s Morgens vroeg komen tante Arzu en Amir, de vader van Mo, hun leerlingen ophalen.

Meester Amir spreekt Sabri en Mo ernstig toe.
“We gaan spannende dingen doen jongens, dat kan alleen als jullie supergoed naar mij luisteren. We beginnen bij deze boom hier.

Let op: als je een tak vastpakt altijd de duim onder de tak en de andere vingers erboven, maar dat wisten jullie al. Maar weten jullie ook dat je met je staart kunt grijpen én kunt sturen?”

Meester Amir, Mo en Sabri klimmen steeds hoger de boom in. Het gaat heel goed.
Ze grijpen de ene tak na de andere en sturen met hun staart om hun evenwicht te bewaren.
Dat is best moeilijk maar het gaat steeds beter.
Dan kijkt Sabri naar beneden. “Het is wel hoog meester Amir”, zegt hij angstig.
“Dat begrijp ik best”, zegt meester Amir.
“Weet je wat je doet Sabri, kijk niet naar beneden maar naar de plek waar je naartoe wilt. Je zult zien dat het dan beter gaat.”
“Wooooh!”, roept Mo, “Kijk! Kijk eens hoe goed ik dit kan.”
Met een reuzensprong springt hij in een andere boom.
Het gaat net goed.
“Mohammed”, roept z’n vader boos. “Ben je gek geworden? Daar ben je nog helemaal niet aan toe.”

“Maar het is gelukt.”, zegt Mo,
”ben je niet blij dat ik dit al kan?”

“Natuurlijk ben ik blij”,
zegt Amir nog steeds streng,
“maar de sprong die je maakte is net te ver.
Het scheelt maar een piepklein stukje. Nu lukt het gelukkig, maar je kan ook zomaar misgrijpen. Je moet nog een stukje verder groeien om de sprong makkelijker te kunnen maken. Denk er om, dit was de laatste keer dat je zoiets doet.”

Mo, Sabri en meester Amir klimmen rustig verder en waar de kruinen van de bomen elkaar raken slingeren ze naar een andere boom.

“Dit is hoger dan ik ooit geweest ben”, roept Mo blij.
Sabri begint steeds angstiger te kijken.
“Meester Amir, ik vind het nu wel genoeg”, zegt hij.
“Goed dat je het aangeeft Sabri”, zegt Amir.
“We hebben goed getraind, nu gaan we terug. Samen uit, samen thuis.
Maar… nog veel hoger in de boom zien Amir en Sabri alleen nog het puntje van de staart van Mo.

“Mohammed”, roept Amir, “kom onmiddellijk naar beneden!” Maar er gebeurt niks.

“Mo”, roept Amir nog een keer, “kom naar beneden, we gaan terug!”
Maar opnieuw beweegt de staart van Mo maar een piepklein beetje. Amir zet Sabri veilig op een dikke tak en klimt met grote sprongen naar boven. Daar zit diep in elkaar gedoken een bang trillend aapje.

"Wat is er aan de hand jongen?”, vraagt Amir.
“Het is inderdaad toch best hoog pap”, bibbert Mo.
“Ach Mo toch, kom”, zegt Amir, “ik zet je op m’n rug en dan klimmen we samen naar beneden.”

“Ik wilde juist laten zien dat ik het heel goed kan”, zegt Mo met een klein stemmetje.
“Dat heb ik gezien Mo”, zegt Amir.
“Je kunt erg goed klimmen, ik ben trots op je. Je hebt talent. Maar vergeet niet: voor alles is een tijd, je bent nu de beste klimmer van de school. Als je bent gegroeid en blijft oefenen, kun je veel verder springen dan je ooit dacht.”

Ondertussen zijn ze bij Sabri aangekomen.
“Zo jongens,” zegt Amir,
“allebei goed gedaan. We gaan rustig naar beneden.”

Beneden staan alle dieren te klappen, Yasmin heeft met haar slurf een knoop in een touw gelegd.

“Dit moet gevierd worden!” zegt tante Arzu.
“Waar zijn de snoepjes voor speciale momenten?”

Ze kijkt om zich heen en ziet alleen een lege houten bak staan.
“Ohhhh”, zucht ze, “mensen zeggen vaak: ik heb een geheugen als een olifant. En nu ben ik vergeten om lekkers te zoeken.”

Nilu stapt naar voren. “Ik denk dat ik u wel kan helpen tante Arzu! Ik heb nog wat bewaard.”
Ze pakt de bak en komt even later terug met haar opgespaarde noten, bessen en gedroogde bloemen. Iedereen juicht en begint meteen te smikkelen!
Wie wat bewaart, heeft wat!
Goed gedaan Nilu!

Talentontwikkeling
De kinderen ontdekken hun sterke kanten doordat ze ruimte krijgen om te spelen, te onderzoeken, te experimenteren, te ervaren en te verwonderen. Zo leren ze hun mogelijkheden én grenzen kennen.

Over dit hoofdstuk:

Vraag voor kinderen uit groep 1/2/3/4/5:

Wat doe je het liefst? En ben je er goed in?

Vraag voor kinderen uit groep 6/7/8:

Wat kan jij het allerbeste? Wat is jouw talent? Weet je al hoe je dat talent in de toekomst kan gebruiken? Als je heel goed kunt zorgen, word je misschien dokter of verpleegster. Maar je kan ook heel goed zorgen voor dieren en dierenoppasser worden. Weet je het al?

Lees verder
in het laatste hoofdstuk

LEES Hoofdstuk 8

De tocht

Het is bijna vakantie. Voordat het zover is gebeuren er nog twee heel bijzondere dingen.