HOOFDSTUK 8

De tocht

Het is bijna vakantie.
Voordat het zover is gebeuren er nog twee heel bijzondere dingen. De oudste jonge dieren gaan op reis, naar een ander deel van het woud. Ben is weer wakker en zwaait ze mee uit. Wat was hij blij met alle tekeningen en verhalen. Af en toe rolde hij om van het lachen. Hij zag dat iedereen gegroeid was.

Het is tijd voor de oudste jonge dieren om de rivier waar de waterval op uitkomt over te steken.
Er is een rustig stuk, daar kunnen ze veilig naar de overkant. Yasmin houdt van water, zij kan goed zwemmen, maar voor haar is de rivier te diep.

Mo en Sabri vinden water maar niks.
Wassen vinden ze al geen fijn idee, het is maar goed dat hun mama’s ze af en toe vlooien, dan zijn ze weer lekker schoon. Maar de rivier over zwemmen, ze moeten er net als het oudste konijntje niet aan denken.

Bibi en Rik drinken vanmiddag koffie bij tante Arzu.
“Jongens,” zegt tante Arzu, “waarom bouwen jullie geen boot?”
“Jaaa!”, roept Sabri.
“Supergoed idee,” juichen Yasmin, Mo en het konijntje.

Ze gaan bij elkaar zitten om een plan te maken.
“De boot moet stevig genoeg zijn zodat Yasmin ook meekan”, zegt Sabri.
“Perfect”, zegt Mo.
“Yasmin kan takken uit het bos slepen om de boot mee te bouwen en wij helpen haar.”
“En ik kan planten doorknagen waar we touw van kunnen maken”, zegt het konijntje.

In het zand maken ze een tekening hoe de boot eruit gaat zien.
‘Maar,” peinst Yasmin ”we hebben straks wel een boot, maar hoe gaat die boot dan varen?”
“We kunnen peddels maken om mee te roeien,” zegt Mo.
Het kleine konijntje kijkt naar haar spierballen.
“Ik ben toch nooit sterk genoeg om mee te roeien in een boot met Yasmin erin?”, zegt ze.
“Sorry Yasmin, ik bedoel niet dat je te zwaar bent, maar ik zou een piepklein peddeltje moeten gebruiken en zo schieten we niet op.”
Yasmin kijkt sip voor zich uit.

“Miauwwwwww,” zegt Bibi, die inmiddels haar thee heeft opgedronken.
“Ik hoor jullie praten, wat denken jullie van een zeil?”
“Een zeil?”, roepen Mo en Sabri tegelijk.
“Hoezo dan? Als er geen wind is komen we geen centimeter vooruit. En hebben geeneens een zeil.”

“Nou,” mauwt Bibi verder, “daar is een oplossing voor. Op de school in het dorp ligt nog een zeil. Vorige week gaven de ouders en de kinderen een feest, ze hadden een zeil gespannen voor als het zou gaan regenen. Ik denk dat we dat vast wel even mogen lenen. Dus probleem één is opgelost.”

“En”, zegt Yasmin, “probleem twee ook! Als het niet waait dan kan ik met mijn slurf in het zeil blazen. Zo komen we vast en zeker aan de overkant.”
Mo en Sabri slaan haar op de schouders en het konijntje geeft Bibi met haar pootje een boks.

Die middag gaan ze aan de slag.
Yasmin, Mo en Sabri halen takken uit het bos.
Ben helpt mee met de zwaarste takken.
Het konijntje knaagt dat het een lieve lust is.
De volgende dag maken ze touw van de geknaagde planten en leggen ze de takken in de goede vorm.

Yasmin heeft touw leren knopen met haar slurf.
Ze leert Mo en Sabri ook hoe ze het touw kunnen knopen. Na een paar dagen zit de boot in elkaar. Yasmin zoekt in het bos een mooie rechte boom uit voor de mast.
Sabri en Mo klimmen naar boven om het zeil dat Bibi en Rik hebben gebracht vast te maken.
Ze glimmen van pret en trots.

Op de laatste dag voor de vakantie staan alle dieren bij de rivier. De ouders en kinderen, de meesters en juffen, Ben, Bibi en Rik.

Tante Arzu en meester Baran laten de boot te water.
Hij dobbert zachtjes aan de kant.
Yasmin, Mo, Sabri en het oudste konijntje knuffelen hun familie. Mo geeft Nilu nog een extra dikke kus.
“Volgend jaar ga jij een boot voor jezelf bouwen Nilu,” zegt Mo.
“Tijdens het varen kun jij dan een mooi zeemanslied zingen.” Nilu lacht. ”Kijk eens wat ik voor jullie heb, lekkers voor onderweg.
Met extra gedroogde bloemen voor het konijntje. Dan stappen Yasmin, Mo, Sabri en het konijntje in de boot. Het lekkers van Nilu legt Mo voorin de punt.

“We gaan”, roepen ze, “we gaan naar de overkant!”
Iedereen zwaait, dag, dag! Veel plezier!

Yasmin begint te blazen en daar gaan ze, op naar nieuwe avonturen.
Mama Mira laat een traantje.
“Wat worden ze groot Amir, wat gaat het hard.”

“Zo is het,” bromt Amir een beetje schor, “ze gaan vast en zeker de tijd van hun leven tegemoet!”

Over dit hoofdstuk:

De leerkrachten coachen de kinderen hoe zij zich tot de wereld kunnen verhouden, door de wereld binnen en buiten de school met elkaar te verbinden.

Vraag voor kinderen uit groep 1/2/3/4/5:

Samen bereik je meer. Werken jullie wel eens samen aan een opdracht? Vind je dat leuk?

Vraag voor kinderen uit groep 6/7/8:

Op welke manier werken jullie vaak samen in de groep? Hoe werk je het liefst samen? Met wie van buiten de school zou je willen samenwerken en waarom?

Begin opnieuw met lezen
in hoofdstuk 1

LEES Hoofdstuk 1

De ontdekking

Maak kennis met het Imeldawoud en haar bewoners.